Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 34 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2202.

3.2 [Eiser] heeft de Staat aangesproken tot betaling van schadevergoeding. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het ZOAB-wegdek niet voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden en dat de Staat als wegbeheerder aansprakelijk is voor de door hem geleden schade. De Kantonrechter heeft de vordering van [eiser] toegewezen. In hoger beroep heeft de Rechtbank deze vordering afgewezen op grond van overwegingen die als volgt kunnen worden samengevat. Het enige - redelijke - alternatief voor een ZOAB-wegdek is een Dicht-Asfalt-Beton (DAB)-wegdek. Beide wegdekken hebben nadelen, hetgeen impliceert dat de weggebruiker niet mag verwachten dat onder alle omstandigheden overeenkomstig de bestemming gebruik gemaakt kan worden van de openbare weg. Indien sprake is van exceptionele omstandigheden dient de weggebruiker daarmee rekening te houden. De Staat is aansprakelijk indien de aan het ZOAB-wegdek verbonden nadelen van dien aard zijn dat sprake is van een gebrek als bedoeld in art. 6:174 BW. Een redelijke uitleg van deze bepaling brengt met zich dat deze alleen toepassing kan vinden als sprake is van een gebrek aan de weg als zodanig en niet als de gebrekkigheid bestaat in de aanwezigheid op het wegdek van ijzel dat niet duurzaam met het wegdek is verenigd. Dat bij de bestrijding van gladheid ten gevolge van ijzel bij ZOAB relatieve nadelen optreden, levert niet een gebrek van de weg op. Onder een gebrekkige toestand kan tevens worden verstaan een gevaarlijke toestand die onveranderd wordt gelaten. Hiervan is sprake als de Staat als wegbeheerder is tekortgeschoten in de op hem rustende zorgverplichting, waaronder het bestrijden van gladheid en het vervullen van zijn waarschuwingsplicht. De Staat heeft onbetwist aangevoerd dat ter plaatse kort voor het ongeval tweemaal met pekel was gestrooid. Te dier zake is de Staat niet tekortgeschoten. Voor de beoordeling van de waarschuwingsplicht van de Staat is van belang dat het hier gaat om kortdurend gevaar dat veroorzaakt wordt door plotseling optredende (weers-)omstandigheden welke ook gevaar kunnen opleveren op andere wegbedekkingen. De Staat mocht van een weggebruiker verwachten dat deze zich via de media op de hoogte zou stellen van de heersende weersomstandigheden en de gevolgen daarvan. De Staat was niet gehouden borden te plaatsen met het opschrift "ZOAB" al dan niet in combinatie met het verkeersbord dat voor slipgevaar waarschuwt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a92b8987255f0136225866dc2f085fc02f57459efb97e8e1d20b44c6d12263b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a92b8987255f0136225866dc2f085fc02f57459efb97e8e1d20b44c6d12263b, en de alinea staat in dat document op bytes 7774 tot 10203.