Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 19 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2245.
3.1. In de rechtsoverwegingen 6.1. t/m 6.3. van de bestreden uitspraak ligt als oordeel van het Hof besloten, dat B B.V. in haar hoedanigheid van aandeelhouder belanghebbende welbewust heeft bevoordeeld met de waarde van de goodwill welke ten tijde van de inbreng in de onderneming aanwezig was. Kennelijk heeft het Hof de stellingen van belanghebbende in deze zin uitgelegd en ze aannemelijk bevonden. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Het eerste middel, dat klaagt dat het Hof niet dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat B B.V. belanghebbende bewust heeft bevoordeeld, faalt. Voorzover het ervan uitgaat dat het Hof geen beslissing heeft gegeven over de vraag of B B.V. belanghebbende bewust heeft bevoordeeld, mist het feitelijke grondslag. Voor het overige komt het op tegen een uitlegging van de gedingstukken, die echter aan het Hof is voorbehouden en die niet onbegrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d64f459c2988eec6fad4ceb91782d94c04195e5bac0cfcf87066598e8bfb8e55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d64f459c2988eec6fad4ceb91782d94c04195e5bac0cfcf87066598e8bfb8e55, en de alinea staat in dat document op bytes 6283 tot 7210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d64f459c2988eec6fad4ceb91782d94c04195e5bac0cfcf87066598e8bfb8e55 | shasum -a 256