Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 14 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2248.
Het middel, dat zich richt tegen de gronden waarop het Hof het aanbod van de Inspecteur om twee getuigen te doen horen, heeft gepasseerd, slaagt. Het Hof had dit aanbod tot getuigenbewijs niet mogen verwerpen op de gronden dat het niet aannemelijk acht dat de ene voorgestelde getuige ter zitting iets meer of anders zou verklaren dan hij schriftelijk reeds gedaan heeft, en dat het gezien de verstoorde familierelatie tussen belanghebbende en de andere voorgestelde getuige, zijn vader, tevens directeur van de B.V. waar belanghebbende werkzaam was, een getuigenverklaring van de laatste bij voorbaat onvoldoende objectief acht. Dit een en ander dient de rechter eerst te beoordelen bij de waardering van de afgelegde getuigenverklaringen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f474c9b7ee46cc47dffa56c41c00e5cc629f55ea0370300c12915ba9d269202. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f474c9b7ee46cc47dffa56c41c00e5cc629f55ea0370300c12915ba9d269202, en de alinea staat in dat document op bytes 5654 tot 6407.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f474c9b7ee46cc47dffa56c41c00e5cc629f55ea0370300c12915ba9d269202 | shasum -a 256