Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 35 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2380.

3.2 Het gaat in deze zaak om het volgende. Op 3 december 1997 hebben [eiser 1] en [eiseres 2] het makelaarskantoor [B] opdracht verstrekt tot het verlenen van diensten bij de verkoop van hun woonhuis te [woonplaats], dat hun ieder voor de onverdeelde helft in medeëigendom toebehoorde. [Verweerder] heeft interesse getoond voor dit huis en heeft - naar hij stelt - het huis uiteindelijk gekocht van [eiser 1] en [eiseres 2] voor een prijs van ƒ 475.000,--, toen de makelaar van [eiser 1] en [eiseres 2] hem meedeelde dat [eiser 1] en [eiseres 2] akkoord gingen met zijn bod van die prijs. [Eiser 1] en [eiseres 2] betwisten dat de koop tot stand is gekomen, omdat [eiseres 2] niet in die koop heeft toegestemd, en de makelaar zich niet van haar toestemming had vergewist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/153b89eaef2824157d65688f59e359ff501ec146ca582863dfa33e4cc1669a1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 153b89eaef2824157d65688f59e359ff501ec146ca582863dfa33e4cc1669a1d, en de alinea staat in dat document op bytes 7802 tot 8588.