Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 45 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2380.

De onderdelen kunnen bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het oordeel dat [verweerder] erop heeft mogen vertrouwen dat de makelaar bevoegd was namens zowel [eiser 1] als [eiseres 2] aan hem mee te delen dat het bod van ƒ 475.000,-- was aanvaard, heeft het Hof niet alleen gebaseerd op het optreden van [eiser 1]. Het Hof heeft immers mede in zijn oordeel betrokken dat [eiseres 2] [eiser 1] - de eerste drie keer dat over een concreet voorstel werd overlegd - in haar communicatie met [verweerder] als haar "boodschapper" heeft ingeschakeld. Daaruit heeft het Hof kennelijk afgeleid dat zij tegenover [verweerder] de aan haar toerekenbare schijn heeft gewekt dat [eiser 1] ook met haar instemming handelde, toen deze reageerde op het vierde bod van [verweerder] dat in het verlengde van diens eerdere voorstellen lag en aan de eerdere bezwaren van [eiseres 2] tegemoet kwam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/153b89eaef2824157d65688f59e359ff501ec146ca582863dfa33e4cc1669a1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 153b89eaef2824157d65688f59e359ff501ec146ca582863dfa33e4cc1669a1d, en de alinea staat in dat document op bytes 13927 tot 14840.