Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 48 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2380.

3.8 De onderdelen II.15 en II 16 nemen terecht tot uitgangspunt dat een opdracht aan een makelaar tot bemiddeling geen volmacht inhoudt aan die makelaar tot het sluiten van een koopovereenkomst en dat met zo een opdracht ook niet de schijn van bevoegdheid van de makelaar wordt gewekt. De onderdelen betogen dat, gelet hierop, rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk is, het oordeel van het Hof dat de verwijzing door [eiser 1] naar de makelaar, na afwijzing van de eerdere biedingen, voldoende is om aan te nemen dat de makelaar over een voldoende volmacht beschikte om het bod ook namens [eiseres 2] te accepteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/153b89eaef2824157d65688f59e359ff501ec146ca582863dfa33e4cc1669a1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 153b89eaef2824157d65688f59e359ff501ec146ca582863dfa33e4cc1669a1d, en de alinea staat in dat document op bytes 18174 tot 18805.