Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002

Alinea 72 Hoge Raad 28 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2383.

3.6.3 Het slagen van deze klachten brengt mee dat de overige klachten van het vierde middel niet meer behandeld behoeven te worden. Ten overvloede overweegt de Hoge Raad nog als volgt. De onderdelen 4d en 4e falen, voor zover zij ten betoge strekken dat het Hof heeft miskend dat naar (oud-)Antilliaans recht - overeenkomend met het Nederlandse recht zoals dit voor 1 januari 1992 gold - niet de regel geldt dat de partij bij een wederkerige overeenkomst die verplicht is het eerst te presteren, niettemin bevoegd is de nakoming van haar verbintenis op te schorten, indien na het sluiten van de overeenkomst te harer kennis gekomen omstandigheden haar goede grond geven te vrezen dat de wederpartij haar daartegenover staande verplichtingen niet zal nakomen (de zogenoemde onzekerheidsexceptie). Voor zover onderdeel 4e echter een motiveringsklacht richt tegen het in rov. 4.14 en 4.15 vervatte oordeel dat het Eilandgebied zich in de gegeven omstandigheden met recht op bedoelde regel heeft beroepen, slaagt het. Het Hof heeft ten onrechte niet gemotiveerd op welke grond het Eilandgebied moest vrezen dat Van der Valk haar voornemen om op korte termijn een hotel te bouwen aan de Cornelisbaai had opgegeven, waartoe het gezien het debat in de feitelijke instanties wel gehouden was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f82689b8c80c85aa9c0c599faf7534e6c7c85d9a9876beed274e76a14b3c1d28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f82689b8c80c85aa9c0c599faf7534e6c7c85d9a9876beed274e76a14b3c1d28, en de alinea staat in dat document op bytes 27910 tot 29208.