Citaat | Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 33 Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2386.

[Betrokkene 1] c.s. en [verweerder] hebben bij memorie van antwoord, die ter griffie van het Gerecht is ingediend op 15 mei 2000, aangevoerd dat [betrokkene 3] c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep, aangezien dit tegen [verweerder] had moeten zijn gericht. Voorts hebben zij de grieven bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, behoudens voor zover het betreft de hoogte van de schadevergoeding. Zij hebben bij een eveneens op 15 mei 2000 bij het Gerecht ingediend processtuk incidenteel appel ingesteld tegen het eindvonnis. Zij hebben twee grieven tegen het eindvonnis aangevoerd en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen voor zover het betreft het als schadevergoeding toegewezen bedrag en [eiseres] en [betrokkene 4] zal veroordelen tot betaling van een door het Hof in redelijkheid en billijkheid vast te stellen hoger bedrag. [Eiseres] heeft een incidentele memorie van antwoord ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7913bffe6ee9f932ddfc9aafbe0b85a10fc5be93e7e82d6f7ddf7d2639a618b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7913bffe6ee9f932ddfc9aafbe0b85a10fc5be93e7e82d6f7ddf7d2639a618b3, en de alinea staat in dat document op bytes 9748 tot 10724.