Citaat | Hoge Raad 9 augustus 2002

Alinea 22 Hoge Raad 9 augustus 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2509.

Dit bezwaar is ongegrond. Art. 16 lid 2 WTBZ, dat bepaalt dat advocaten of procureurs of gemachtigden van partijen of belanghebbenden mede-aansprakelijk zijn voor de voldoening van rechten en verschotten, kan niet anders worden begrepen dan als inhoudend dat opposant en zijn opdrachtgever(s) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van bedoelde rechten en verschotten. Geen rechtsregel brengt mee dat de Griffier gehouden is eerst nakoming te vorderen van de opdrachtgever(s). Evenmin is de Griffier gehouden opposant een zodanig langere betalingstermijn te gunnen dat opposant pas behoeft te betalen nadat hij het desbetreffende bedrag van zijn opdrachtgever heeft ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0fafb780081754351ae6de799f47fb202c814730a8191c8dfbb19704abd0685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0fafb780081754351ae6de799f47fb202c814730a8191c8dfbb19704abd0685, en de alinea staat in dat document op bytes 7419 tot 8116.