Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002

Alinea 24 Hoge Raad 25 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2639.

4.3. De raadsman die niet ingevolge art. 279, eerste lid, Sv heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd tot het voeren van de verdediging, is op de terechtzitting slechts bevoegd het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken van aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als hiervoor bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d0ac8764172591708d0d955ab7cd3df76ebcaee01d654c259e4114176e2672c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d0ac8764172591708d0d955ab7cd3df76ebcaee01d654c259e4114176e2672c, en de alinea staat in dat document op bytes 7557 tot 8064.