Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 18 Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2644.
3.3. Uit het vorenstaande volgt dat de Rechtbank, die zowel de aanspraken van klager als die van [betrokkene 1] op het inbeslaggenomen geld aan een inhoudelijke beoordeling heeft onderworpen, daaraan niet had mogen toekomen. Het verzoek van klager tot teruggave aan hem van dat geld moest immers als ingetrokken worden beschouwd, terwijl de wet niet de mogelijkheid kent dat een verzoek mondeling wordt gedaan en evenmin dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast (vgl. HR 2 april 1991, NJ 1991, 633).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de2db0137f86f35a69c9f49d4b439629eced7b2e728c14821233657abdad21c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de2db0137f86f35a69c9f49d4b439629eced7b2e728c14821233657abdad21c5, en de alinea staat in dat document op bytes 6198 tot 6769.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de2db0137f86f35a69c9f49d4b439629eced7b2e728c14821233657abdad21c5 | shasum -a 256