Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 49 Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2881.

In het licht van hetgeen het Hof in zijn rov. 11, in cassatie onbestreden, heeft overwogen, moet het ervoor worden gehouden dat het in rov. 13 tot uitgangspunt heeft genomen dat de brief van [eiser] van 31 oktober 1991 niet een mededeling van betalingsonmacht van [C B.V.] als bedoeld in art. 36 lid 2 Iw 1990 inhield, en dat de Ontvanger door toezending van het formulier [eiser] in de gelegenheid heeft gesteld alsnog op juiste wijze mededeling te doen van betalingsonmacht van [C B.V.]. In verband met de verstrekkende gevolgen die ingevolge art. 36 lid 4 Iw 1990 zijn verbonden aan het niet op de juiste wijze voldoen aan de in lid 2 van dit artikel bedoelde verplichtingen, had de Ontvanger evenwel niet mogen volstaan met toezending van het formulier onder mededeling dat dit binnen veertien dagen diende te worden ingevuld en teruggezonden, maar had hij, te meer nu daarom in de brief van [eiser] uitdrukkelijk was verzocht, nadere inlichtingen dienen te geven omtrent inhoud en strekking van de wettelijke regeling en de gevolgen voor het geval niet aan de wettelijke verplichtingen zou worden voldaan (vgl. HR 27 april 2001, nr. C99/242, NJ 2001, 363).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3daab934fc91cbb4aeeb14d53a04fa544e30708e3ded5a25c6d3ba43660c927. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3daab934fc91cbb4aeeb14d53a04fa544e30708e3ded5a25c6d3ba43660c927, en de alinea staat in dat document op bytes 14465 tot 15639.