Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 19 Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3166.
3.4. In het derde middel wordt aan het Hof verweten dat het van een te beperkte opvatting van het leerstuk der wetsontduiking is uitgegaan, nu het slechts heeft geoordeeld dat de Inspecteur niet heeft aangetoond dat een rechtshandeling moet worden weggedacht, terwijl het bij dit leerstuk gaat om substitutie van een rechtshandeling door een naastliggende rechtshandeling. Dit betoog ziet eraan voorbij dat met betrekking tot de naastliggende rechtshandeling, naar de Inspecteur kennelijk beoogde te stellen uitbetaling door belanghebbende, door het Hof is geoordeeld dat niet valt in te zien dat de afdelingskas de uitkeringen die zij wilde doen door (tussenkomst van) belanghebbende had moeten laten plaatsvinden. Het middel berust derhalve op een onjuiste lezing van de uitspraak en faalt wegens het ontbreken van feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf10837c6ff200e612728db6e71a387e30184f2eab90201210f438079b267065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf10837c6ff200e612728db6e71a387e30184f2eab90201210f438079b267065, en de alinea staat in dat document op bytes 9174 tot 10025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf10837c6ff200e612728db6e71a387e30184f2eab90201210f438079b267065 | shasum -a 256