Citaat | Hoge Raad 18 oktober 2002

Alinea 21 Hoge Raad 18 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3269.

3.2.2. Vooropgesteld moet worden dat het Hof bij dit oordeel kennelijk en terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat, indien vaststaat of zo goed als zeker is dat een ondernemer bepaalde ondernemingsschulden niet of niet volledig behoeft te voldoen, daardoor voor die ondernemer een vermogensvermeerdering optreedt die als winst uit onderneming in de zin van evenbedoeld artikel 7 moet worden beschouwd. Zodanige vermogensvermeerdering doet zich echter niet voor indien, zoals in het onderhavige geval, de ondernemer is komen te verkeren in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen en daarom in staat van faillissement is verklaard. Een debiteur wordt immers niet reeds door zijn faillissement bevrijd van zijn schulden, ook niet na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Hij kan er ook dan niet van uitgaan dat hij zijn schulden niet meer behoeft te voldoen. De door middel II opgeworpen vraag moet derhalve ontkennend worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d81da1d7254c39965fdd8305971c69a718a742a5befaca2ea3d8848628750b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d81da1d7254c39965fdd8305971c69a718a742a5befaca2ea3d8848628750b1, en de alinea staat in dat document op bytes 8227 tot 9197.