Citaat | Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 38 Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3345.

3.1.2 Daarover heeft het Hof (in rov. 3.3), samengevat weergegeven, het volgende overwogen. [Verzoeker] heeft geen grieven gericht tegen de overwegingen van de Rechtbank dat hij onvoldoende heeft onderbouwd op grond waarvan hij meent dat [verweerster 1] enig financieel beheer in het kader van de door hem gestelde beheersovereenkomst heeft verricht, en dat hij zijn stelling dat [verweerster 1] in het kader van deze overeenkomst kosten zou hebben gemaakt en betalingen zou hebben gedaan die aan het beheer van de gemeenschappelijke eigendom vreemd zijn, evenmin met feiten heeft onderbouwd. Hij erkent, integendeel, dat [verweerster 1] niet ingevolge art. 3:173 BW tot het doen van rekening en verantwoording verplicht is. Hij heeft opgemerkt dat de grondslag van de uiteindelijk op basis van het deskundigenbericht al dan niet in te stellen vordering nog niet eenduidig vaststaat. Deze opmerking is dermate vaag dat niet kan worden gezegd dat het verzoekschrift ten aanzien van [verweerster 1] de aard van de vordering inhoudt (art. 228 lid 2, aanhef en sub a, (oud) Rv.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40cbd434b00aa63fd13fff921ca3bd1b6d6cb48755dcc22971db6b0f90331761. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40cbd434b00aa63fd13fff921ca3bd1b6d6cb48755dcc22971db6b0f90331761, en de alinea staat in dat document op bytes 10217 tot 11305.