Citaat | Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 18 Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3360.

Aan het middel ligt in aansluiting op het terzake in hoger beroep gevoerde verweer de stelling ten grondslag dat voor de door de verdachte gedreven onderneming geen aangifteplicht bestond, omdat van een plicht tot aangifte als bedoeld in art. 68, eerste lid, (oud) Algemene wet inzake rijksbelastingen eerst sprake kan zijn indien de belastingplichtige van de inspecteur een uitnodiging tot het doen van aangifte heeft ontvangen terwijl de door de verdachte gedreven onderneming een dergelijke uitnodiging niet heeft ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/896b575959385167b6f01c9818437217c083ecf036319d6dab6e960b29b9094e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 896b575959385167b6f01c9818437217c083ecf036319d6dab6e960b29b9094e, en de alinea staat in dat document op bytes 6237 tot 6778.