Citaat | Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 73 Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3370.

3.3.3 Onderdeel 1a klaagt dat de uitleg die het Hof aan de subsidiaire grondslag van de vorderingen heeft gegeven, in het licht van de gedingstukken onbegrijpelijk is. Deze rechtvaardigen, aldus het onderdeel, geen andere conclusie dan dat CCT c.s. aan hun stelling dat zij recht hebben op een toewijzende beslissing op hun verzoeken om een vergunning, subsidiair ten grondslag hebben gelegd dat het alleenrecht dat bij de vergunning van 26 februari 1991 aan TDS is verleend, is komen te vervallen, althans na 1 juli 2000 niet kan worden verlengd, waardoor de monopoliepositie van TDS niet langer als weigeringsgrond kan dienen en de grondslag voor de weigering om in te gaan op de vergunningaanvragen van CCT c.s. dus ondeugdelijk is, zonder dat (de gestelde verplichting van het Land om) de toezegging van 16 november 1988 (na te komen) onderdeel vormt van deze subsidiaire grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486495f7f5cf22dc23a16d5731b1e8def16cb6578b2580335fcf066eb4f44311. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486495f7f5cf22dc23a16d5731b1e8def16cb6578b2580335fcf066eb4f44311, en de alinea staat in dat document op bytes 19479 tot 20378.