Citaat | Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 40 Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3381.

3.3.2 Uit het ontbreken van een kredietrelatie tussen de bank en Group leidt het Hof af dat vóór 28 april 1993 geen geldige titel voor de vestiging van pandrechten tot zekerheid van vorderingen van de bank op Group zelf bestond. In de overeenkomst betreffende de opening van het rekening-courantkrediet van Group van 28 april en 6 mei 1993 is, anders dan bij het krediet van Networks, (volgens de bank abusievelijk) niet de verplichting tot het vestigen van een pandrecht op het programma "Quest" opgenomen (rov. 3.3) en Group heeft ook later geen pandrecht op dat programma gevestigd tot zekerheid van de nakoming van eigen schulden van Group (rov. 3.4). Group heeft slechts als medeschuldenaar van Networks pandrecht op het programma gevestigd en nu Group niet in die hoedanigheid van medeschuldenaar is aangesproken, biedt het feit dat Group en Networks hoofdelijk aansprakelijk waren voor elkaars schulden, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de bank zich op de verpande software van Group kan verhalen, aldus het Hof (rov. 3.5-3.6). De slotsom van het Hof is dat de bank niet op grond van het door haar gestelde pandrecht rechten kan doen gelden op de met de verkoop van de software gerealiseerde opbrengst van ƒ 1.050.000,-- (rov. 3.8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d631dbbc0d9d4c1f4140a73c6152f35d996eba52187943b096ec7393af66d7c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d631dbbc0d9d4c1f4140a73c6152f35d996eba52187943b096ec7393af66d7c4, en de alinea staat in dat document op bytes 11119 tot 12392.