Citaat | Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 50 Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3381.
4.3 Bij het vorenstaande verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat een overeenkomst ook gevolgen heeft voor anderen dan partijen, niet rechtvaardigt een andere maatstaf toe te passen dan de hier bedoelde, uiteraard met dien verstande dat met de rechten van derden rekening dient te worden gehouden op de voet van art. 3:36 BW. Laatstgenoemde bepaling speelt in dit geding echter geen rol. Ook de omstandigheid dat een overeenkomst de titel vormt voor de vestiging van een - tegen derden in te roepen - pandrecht, rechtvaardigt op zichzelf niet een andere maatstaf toe te passen. Daarbij is van belang dat met betrekking tot de hier aan de orde zijnde vraag - voor welke vordering wordt pand gegeven - de wet niet meer eisen stelt, dan dat deze vordering voldoende bepaalbaar is (art. 3:231 lid 2). Indien de verpanding bij akte heeft plaatsgevonden en de vordering in de akte niet nauwkeurig is omschreven, zal voor die bepaalbaarheid dan ook veelal te rade moeten worden gegaan bij de contractuele verhouding tussen pandgever en pandhouder. Daargelaten de eisen die (overigens) aan de inhoud van een pandakte moeten worden gesteld - vgl. HR 29 juni 2001, nr. C99/296, NJ 2001, 662 - is er geen reden om bij de uitleg van die verhouding wat dit betreft een andere maatstaf toe te passen dan de gebruikelijke.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d631dbbc0d9d4c1f4140a73c6152f35d996eba52187943b096ec7393af66d7c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d631dbbc0d9d4c1f4140a73c6152f35d996eba52187943b096ec7393af66d7c4, en de alinea staat in dat document op bytes 16372 tot 17702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d631dbbc0d9d4c1f4140a73c6152f35d996eba52187943b096ec7393af66d7c4 | shasum -a 256