Citaat | Hoge Raad 17 september 2002

Alinea 37 Hoge Raad 17 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3382.

3.6. Gelet op het vorenstaande moet worden aangenomen dat art. 163 WVW 1994, sprekende over 'de bestuurder', mede ziet op degene ten aanzien van wie de verdenking bestaat dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot handelen in strijd met art. 8 WVW 1994. Deze opvatting strookt met de strekking van de wet, zoals deze blijkt uit de wetsgeschiedenis van de wet van 23 mei 1972, Stb. 282, en die van de wet van 1 juli 1987, Stb. 315, waarmee de wetgever een zo effectief mogelijke controle op en bestrijding van overmatig drankgebruik in het verkeer heeft beoogd. Deze opvatting is voorts niet onverenigbaar met hetgeen in art. 160, vijfde lid, en art. 162, eerste lid, WVW 1994 is bepaald omtrent degene die aanstalten maakt een voertuig te gaan besturen, nu het daarbij gaat om het afnemen van een ademtest, onderscheidenlijk het opleggen van een rijverbod, zijnde preventieve maatregelen, die ook moeten kunnen worden toegepast zonder dat aan de vereisten van een poging in de zin van art. 45 Sr is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d6ec03bc8dbf18e008d9c1f60859ce0341e6647ac1dd2657a35232779b11856. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d6ec03bc8dbf18e008d9c1f60859ce0341e6647ac1dd2657a35232779b11856, en de alinea staat in dat document op bytes 12593 tot 13625.