Citaat | Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 45 Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3383.

Met betrekking tot de vraag of het redelijk is om [verweerster] te verplichten haar eventuele verrijking aan de Staat af te staan, is het volgende van belang. In overeenstemming met de brief van de Minister van VROM van 8 juni 1994 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 1993-1994, 22727, nr. 11 punt 1.3 en 1.3.4), acht de Staat de aanspraak op schadevergoeding redelijk "indien de koper op het moment van de verkrijging van (het recht op) de onroerende zaak op de hoogte van de bodemverontreiniging was of daarvan redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn". (rov. 14 en 15)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfb9d330b497cfbf0df1eb8bbba22fab87d5a130cb449cc18c0acaa703fabebe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfb9d330b497cfbf0df1eb8bbba22fab87d5a130cb449cc18c0acaa703fabebe, en de alinea staat in dat document op bytes 12808 tot 13397.