Citaat | Hoge Raad 13 september 2002
Alinea 59 Hoge Raad 13 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3383.
3.7.1 De onderdelen lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. Uit de stukken van het geding kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de Staat zijn vordering heeft gebaseerd op de stelling dat [verweerster] als economische eigenaar heeft te gelden. Ook [verweerster] zelf heeft in de procedure nooit anders laten blijken dan dat zij op enig moment in 1986, 1987 of 1988 de economische eigendom van het terrein heeft verkregen. Weliswaar heeft de Staat bij pleidooi in hoger beroep aangevoerd dat de "wederpartij" in 1985 een zekere prijs voor het verontreinigde terrein heeft betaald, doch de Staat heeft daarbij kennelijk voortgebouwd op de in het vonnis van de Rechtbank gebruikte bewoordingen. In dat vonnis werd er immers [verweerster] nog vereenzelvigd met de partij die in 1985 (juridische) eigenares was geworden van het terrein. Onbegrijpelijk is dan ook dat het Hof uit die bij pleidooi gekozen bewoordingen (in rov. 4 van het eindarrest), heeft afgeleid dat de Staat aan zijn vordering de verrijking van de (juridische) eigenaar ten grondslag heeft gelegd en zijn stelling dat [verweerster] als economische eigenares was verrijkt, zou hebben prijsgegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfb9d330b497cfbf0df1eb8bbba22fab87d5a130cb449cc18c0acaa703fabebe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfb9d330b497cfbf0df1eb8bbba22fab87d5a130cb449cc18c0acaa703fabebe, en de alinea staat in dat document op bytes 20507 tot 21699.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfb9d330b497cfbf0df1eb8bbba22fab87d5a130cb449cc18c0acaa703fabebe | shasum -a 256