Citaat | Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 49 Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3385.

3.3 In hoger beroep heeft de Rechtbank de nader op een bedrag van ƒ 37.500,-- bepaalde vordering ter zake van de kosten van het achterstallig onderhoud alsnog, doch uitsluitend voorzover betreffende de elektrische installatie, toegewezen tot een bedrag van ƒ 10.220,71. "Gelet op de betwisting zijdens [eiser]", aldus de Rechtbank in rov. 4.14.4 van haar tussenvonnis, "zullen [verweerder 1] en [verweerder 2] dienen te bewijzen dat de posten op de rekeningen van [B] (...) verband houden met het verrichten van achterstallig onderhoud aan het pand. Zij zullen daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Indien en voor- zover komt vast te staan dat ter zake sprake is van achterstallig onderhoud zal [eiser] daarin voor de helft hebben bij te dragen conform de tussen partijen gesloten overeenkomst." In haar eindvonnis heeft de Rechtbank geoordeeld dat op basis van de getuigenverklaring van de directeur van [B] in voldoende mate was komen vast te staan dat ter zake van de elektrische installatie sprake was van achterstallig onderhoud en dat [eiser] derhalve "voor de helft [zal] hebben bij te dragen in de herstelkosten met betrekking tot de electrische installatie conform de tussen partijen gesloten overeenkomst." (rov. 2.4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edb0751aae41c637fa5e005922aac6ff3fea48c5f4f1831546baa2930af174d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edb0751aae41c637fa5e005922aac6ff3fea48c5f4f1831546baa2930af174d, en de alinea staat in dat document op bytes 10745 tot 11991.