Citaat | Hoge Raad 12 juli 2002
Alinea 63 Hoge Raad 12 juli 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3387.
3.5 Onderdeel 2.7 richt zich met een rechts- en motiveringsklacht tegen rov. 4.11. Het voert aan dat, ook wanneer buiten faillissement een stil verpande vordering bevoegd door de pandgever wordt geïnd, de (ex)pandhouder (ABN AMRO bank) zijn voorrang op het geïnde behoudt. Het onderdeel wordt tevergeefs voorgesteld. Anders dan het onderdeel betoogt, is er geen grond de door de Hoge Raad in zijn arrest van 17 februari 1995, nr. 15743, NJ 1996, 471 gegeven regel, dat wanneer de faillissementscurator een stil verpande vordering heeft geïnd, waardoor de verpande vordering en daarmee het pandrecht is tenietgegaan, de pandhouder zijn voorrang op het geïnde behoudt, ook toe te passen buiten faillissement in een geval als het onderhavige, dat wil zeggen een geval van inning van een stil verpande vordering door de pandgever. De rechtsklacht faalt derhalve. De motiveringsklacht kan niet tot cassatie leiden, nu deze is gericht tegen een rechtsoordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c470b742b70324ab1a2941073fc0690305a07ad8c1b5a2972cf21c7743e1bc48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c470b742b70324ab1a2941073fc0690305a07ad8c1b5a2972cf21c7743e1bc48, en de alinea staat in dat document op bytes 18641 tot 19612.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c470b742b70324ab1a2941073fc0690305a07ad8c1b5a2972cf21c7743e1bc48 | shasum -a 256