Citaat | Hoge Raad 2 juli 2002

Alinea 21 Hoge Raad 2 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3490.

3.4. 's Hofs oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, zodat het middel, waaraan de onjuiste opvatting ten grondslag ligt dat slechts van ontuchtige handelingen in de zin van art. 245, eerste lid, (oud) Sr sprake kan zijn indien het slachtoffer van die handelingen ten tijde daarvan weerloos zou zijn geweest, faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d24e44bc73743e6e65a3973049ce8efe4910bd2cb58ecc5125673c2ad92bd8ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d24e44bc73743e6e65a3973049ce8efe4910bd2cb58ecc5125673c2ad92bd8ae, en de alinea staat in dat document op bytes 7749 tot 8122.