Citaat | Hoge Raad 1 oktober 2002

Alinea 27 Hoge Raad 1 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3540.

4.6. In de toelichting op het middel wordt nog gesteld dat [betrokkene 1] als de beslagene in raadkamer had behoren te worden gehoord, althans daartoe had dienen te worden opgeroepen. Nu de stukken niets inhouden waaruit kan volgen dat het een en ander is geschied, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat dit - ten onrechte - niet is geschied. Bij die klacht mist klaagster echter belang, terwijl voorts ook de positie van de beslagene in de omstandigheden van dit geval door dit verzuim niet kan zijn geschaad, zodat die klacht niet tot cassatie kan leiden (vgl. HR 28 november 1995, NJ 1996, 383, rov 7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec75f37e6e03b57ac8dd0e72b81d588c6fa795c10e3bb11f74a2e10556691164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec75f37e6e03b57ac8dd0e72b81d588c6fa795c10e3bb11f74a2e10556691164, en de alinea staat in dat document op bytes 8541 tot 9165.