Citaat | Hoge Raad 10 september 2002

Alinea 43 Hoge Raad 10 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 10 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3546.

3.4.1. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen hetwelk hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft, behoudens bijzondere gevallen, geen motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42d89639d5dfac497405adccbdcd4a9d726b77cb6936484b785d0871b5e32e38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42d89639d5dfac497405adccbdcd4a9d726b77cb6936484b785d0871b5e32e38, en de alinea staat in dat document op bytes 16117 tot 16596.