Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 43 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3561.
"5.1 Naar het oordeel van de rechtbank kan artikel 20 eerste lid van de Uitleveringswet niet op de door de officier van Justitie voorgestane (ruime) wijze worden uitgelegd. Beslissend immers voor de bevoegdheid van de uitleveringsrechter is de plaats waar de opgeëiste persoon zich fysiek bevindt. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Uitleveringswet blijkt dat de wetgever met voordacht voor die aanknoping van de bevoegdheid heeft gekozen om "forumshopping" door de minister van justitie zoveel mogelijk te voorkomen. In het voorliggende geval was de plaats waar de opgeëiste persoon zich bevond op het moment waarop de eerste handeling werd verricht ter inleiding van de onderwerpelijke uitleveringsprocedure ten verzoeke van de Verenigde Staten van Noord Amerika niet gelegen binnen het arrondissement 's-Gravenhage. Weliswaar kan op basis van het tweede lid van genoemd artikel een officier van justitie ook bevoegd zijn die reeds bij "de zaak" betrokken was, maar de rechtbank verstaat onder "de zaak" in de zin van dit artikellid steeds het onderzoek naar de toelaatbaarheid en inwilligbaarheid van het uitleveringsverzoek ter zake van het feitencomplex waarop dit verzoek (...) door de opeisende partij kennelijk betrekking heeft. Dit houdt dan in dat die in de wet genoemde eerdere betrokkenheid van die
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a, en de alinea staat in dat document op bytes 11652 tot 12992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a | shasum -a 256