Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 44 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3561.
officier van justitie gericht moet zijn geweest op het voorbereiden of vergemakkelijken van die uitlevering voor dat feitencomplex ten verzoeke van de opeisende partij. Een zodanige betrokkenheid heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen. Weliswaar is in het onderhavige geval gebleken dat de Bondsrepubliek Duitsland een eerder rechtshulpverzoek heeft gedaan mede ten laste van de opgeëiste persoon, doch dit verzoek was gericht op de vergemakkelijking van een opsporingsonderzoek in de Bondsrepubliek Duitsland kennelijk voor een feitencomplex mede begaan binnen de rechtsmacht van de Bondsrepubliek Duitsland al dan niet door de opgeëiste persoon. Dit rechtshulpverzoek had zelfs niet ten doel een uitlevering ten behoeve van de Bondsrepubliek Duitsland in te leiden. Uit niets kan blijken dat dit verzoek mede ten doel had "de zaak" -in casu: de uitlevering ten behoeve van de Verenigde Staten van Noord Amerika- voor te bereiden of te vergemakkelijken. Derhalve houdt de rechtbank het ervoor dat het geval als omschreven in artikel 20, tweede lid, van de Uitleveringswet zich nimmer heeft voorgedaan. Ook ambtshalve heeft de rechtbank geen gronden kunnen vinden op basis waarvan de rechtbank van de onderwerpelijke vordering kennis zou kunnen nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a, en de alinea staat in dat document op bytes 13000 tot 14270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a | shasum -a 256