Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 60 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3561.
3.5. Uit de hiervoor onder 3.3 weergegeven inhoud van de stukken volgt dat, reeds voordat door de Verenigde Staten van Amerika het verzoek werd gedaan tot uitlevering van de opgeëiste persoon, door dezelfde Staat ter zake van dezelfde feiten een verzoek werd gedaan tot voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon en dat aan dit laatstgenoemde verzoek uitvoering is gegeven door de daartoe door de Minister van Justitie aangezochte Officier van Justitie bij de Rechtbank te 's-Gravenhage. Hieruit volgt dat zich hier het geval voordoet waarop art. 20, tweede lid, Uw betrekking heeft. Dit brengt mee dat het oordeel van de Rechtbank te 's-Gravenhage dat zij onbevoegd is om het uitleveringsverzoek op vordering van de Officier van Justitie te 's-Gravenhage in behandeling te nemen, onjuist is, zodat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a, en de alinea staat in dat document op bytes 17874 tot 18741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04c41d3a42602c1982fc747aa82388b44295ecc68973cda440419c6ef2161e3a | shasum -a 256