Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 46 Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3565.

3.8. Aantekening verdient voorts dat de hier bedoelde niet-ontvankelijkheid niet een definitief verval van de bevoegdheid tot strafvervolging ter zake van het desbetreffende strafbare feit tot gevolg heeft. Indien het openbaar ministerie, nadat het om vorenbedoelde reden in de strafvervolging niet-ontvankelijk is verklaard, alsnog een transactieaanbod in overeenstemming met de desbetreffende richtlijn heeft gedaan en de betrokkene dit aanbod niet heeft aanvaard, herleeft de bevoegdheid tot strafvervolging ter zake van het feit waarop de transactie betrekking had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562565a84727abae10016660d57dad27afb36ab2b552a5e9a63932f90d6d223e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562565a84727abae10016660d57dad27afb36ab2b552a5e9a63932f90d6d223e, en de alinea staat in dat document op bytes 14095 tot 14677.