Citaat | Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 30 Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3569.
b) de betrokkene de gelegenheid is geboden om - zonodig door bescheiden gestaafd - tegenover de rechter aannemelijk te doen worden dat en waarom de door middel van die methode vastgestelde onverklaarde ontvangsten niet of niet geheel hun oorsprong vinden in feiten als bedoeld in art. 36e Sr dan wel anderszins niet kunnen gelden als voordeel in de zin van die bepaling (vgl. HR 28 mei 2002, LJN AE1182).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d52f8bc44dd9febd40287cd952ae96159c7b171cf8c9da7c5e3a064f82c645d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d52f8bc44dd9febd40287cd952ae96159c7b171cf8c9da7c5e3a064f82c645d, en de alinea staat in dat document op bytes 8818 tot 9235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d52f8bc44dd9febd40287cd952ae96159c7b171cf8c9da7c5e3a064f82c645d | shasum -a 256