Citaat | Hoge Raad 25 juni 2002
Alinea 23 Hoge Raad 25 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3587.
3.3. De raadsman die niet ingevolge art. 279, eerste lid, Sv heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd tot het voeren van de verdediging, is op de terechtzitting slechts bevoegd het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken van aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als hiervoor bedoeld. Indien de rechter de raadsman toestaat buiten de bedoelde onderwerpen nog meer aan te voeren, geschiedt dit in strijd met het wettelijk systeem.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c8c19cc24302f05401959ba1e5d0f192833d9d44344cfcfd20a55fcd99cbb43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c8c19cc24302f05401959ba1e5d0f192833d9d44344cfcfd20a55fcd99cbb43, en de alinea staat in dat document op bytes 7110 tot 7762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c8c19cc24302f05401959ba1e5d0f192833d9d44344cfcfd20a55fcd99cbb43 | shasum -a 256