Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 51 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3758.

(iii) Op 17 juli 1978 hebben (de rechtsvoorgangster van) MeesPierson en [verweerder 2] een onderhandse akte opgemaakt en ondertekend, inhoudende in artikel 1 dat [verweerder 2] tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen hij aan MeesPierson uit welken hoofde ook schuldig is of zal zijn, aan MeesPierson zijn vorderingen op de vereniging "uit hoofde van zijn lidmaatschapsrechten, als hierboven in de considerans omschreven" cedeert en in de considerans dat [verweerder 2] in het bezit is van "de lidmaatschapsrechten" van de vereniging, welke recht geven op het uitsluitend gebruik van de flat gelegen aan de [b-straat 1] te [...].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3febaa9bac9d0da6c06e93e39399e8ba07d6ea714c0ed960d54434e78d47510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3febaa9bac9d0da6c06e93e39399e8ba07d6ea714c0ed960d54434e78d47510, en de alinea staat in dat document op bytes 10376 tot 11023.