Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 61 Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3758.
3.5 Het onderdeel betoogt dat onbegrijpelijk is dat het Hof in rov. 4.2 oordeelt dat [verweerder 2] zijn lidmaatschapsrecht niet fiduciair heeft overgedragen en in rov. 4.4 uitgaat van een fiduciaire overdracht van het lidmaatschapsrecht. Dit betoog berust op een onjuiste lezing van deze overwegingen. Het oordeel van het Hof houdt immers in dat [verweerder 2] lid is gebleven van de vereniging, hetgeen betekent dat de lidmaatschapsverhouding is blijven bestaan en [verweerder 2] in zoverre zijn lidmaatschap (door het Hof aangeduid met lidmaatschapsrecht) heeft behouden, doch dat hij de daaruit voortvloeiende rechten (vorderingen) tot zekerheid heeft overgedragen. Van enige tegenstrijdigheid als in het onderdeel bedoeld is dan ook geen sprake. Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3febaa9bac9d0da6c06e93e39399e8ba07d6ea714c0ed960d54434e78d47510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3febaa9bac9d0da6c06e93e39399e8ba07d6ea714c0ed960d54434e78d47510, en de alinea staat in dat document op bytes 15151 tot 15958.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3febaa9bac9d0da6c06e93e39399e8ba07d6ea714c0ed960d54434e78d47510 | shasum -a 256