Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 38 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3796.

3.2 Aan haar hiervoor onder 1 vermelde vordering heeft NN ten grondslag gelegd dat de betaling door [betrokkene] c.s. aan de curator onverschuldigd is geschied en dat de vordering op grond van die onverschuldigde betaling, welke door [betrokkene] c.s. aan haar is gecedeerd en op welke vordering zij tevens uit hoofde van subrogatie aanspraak kan maken, een bijzondere boedelvordering is die onmiddellijk (buiten de afwikkeling van de boedel om) en integraal dient te worden betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77be4b66d623dd3804737951be0c0d97f111b3d66380ba3a3101a9fd805ffaf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77be4b66d623dd3804737951be0c0d97f111b3d66380ba3a3101a9fd805ffaf0, en de alinea staat in dat document op bytes 9204 tot 9700.