Citaat | Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 16 Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3833.

De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende geen gebruik heeft gemaakt van het recht te worden gehoord voordat over zijn bezwaarschrift zou worden beslist, waardoor hij zichzelf de mogelijkheid van inzage in het belastingdossier welke artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht biedt, heeft onthouden. Nu belanghebbende voorts in het geding voor het Hof bekend was met de bewijsvoering van de Inspecteur, maar uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding niet blijkt dat hij met betrekking tot concrete stellingen van de Inspecteur heeft aangevoerd dat deze voortvloeiden of zouden kunnen voortvloeien uit onrechtmatig verkregen bewijs, valt niet in te zien in welk opzicht aan belanghebbende een eerlijk proces zou zijn onthouden. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0abf3e72a0876d5ae60296fa7d88191a48fcde57dfb545498f3ea15e5ed10f95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0abf3e72a0876d5ae60296fa7d88191a48fcde57dfb545498f3ea15e5ed10f95, en de alinea staat in dat document op bytes 6680 tot 7496.