Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 39 Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4085.
3.3 Onderdeel 4 van het middel, dat de Hoge Raad eerst zal behandelen, is gericht tegen laatstvermelde rechtsoverweging. Het onderdeel slaagt. Niet tijdige inschrijving ter rolle van een uitgebrachte dagvaarding leidt in beginsel tot niet-ontvankelijkheid van de vordering of het rechtsmiddel, waarop de vordering betrekking had (HR 12 januari 2001, nr. C99/003, NJ 2002, 34). Deze regel lijdt evenwel uitzondering indien de zaak met toestemming van de wederpartij alsnog op de rol wordt geplaatst (HR 17 december 1982, nr. 12015, NJ 1984, 59). Indien, zoals in het onderhavige geval, de zaak alsnog op een andere dan de oorspronkelijk aangezegde dag wordt aangebracht, brengen de eisen van een behoorlijke procesorde mee dat de wederpartij die zich stelt, in haar eerste processtuk melding ervan maakt dat zij niet erin heeft toegestemd dat de zaak op een andere dag dan de oorspronkelijk aangezegde is aangebracht. Nu de curator is verschenen en bij memorie van antwoord niet op dit punt, maar alleen inhoudelijk verweer heeft gevoerd en aldus de rechtsstrijd in hoger beroep is aangegaan, ligt in dit een en ander besloten dat hij erin heeft toegestemd dat de zaak op een latere datum is aangebracht. Het andersluidende oordeel van het Hof is daarom onjuist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03ce30b4c4269990fa9425d3742c73d7a52097ed5e3716343b92d4d8052f3e92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03ce30b4c4269990fa9425d3742c73d7a52097ed5e3716343b92d4d8052f3e92, en de alinea staat in dat document op bytes 10623 tot 11897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03ce30b4c4269990fa9425d3742c73d7a52097ed5e3716343b92d4d8052f3e92 | shasum -a 256