Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 16 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4170.

3.3. De verordening stelt in artikel 5 als maatstaf van heffing voorop het aantal overnachtingen, en kent in artikel 6 een forfaitaire regeling voor het bepalen van die maatstaf. Een beleid als gesteld komt erop neer dat bij de uitvoering van de verordening niet de in artikel 6 voorgeschreven forfaitaire regeling wordt toegepast - daarvoor zouden immers zes tellingen moeten worden verricht gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden - , maar dat de maatstaf van heffing voor een belastingjaar op andere, niet in de verordening geregelde, wijze schattenderwijs wordt bepaald op basis van twee tellingen. Anders dan bij toepassing van de in de verordening neergelegde forfaitaire regeling het geval zou zijn, hangt de materiële belastingschuld dan dus af van het werkelijke aantal overnachtingen gedurende het belastingjaar, en dat brengt mede dat - ook al kan dat aantal schattenderwijs worden bepaald en kan een dergelijke schatting ook eerder verricht worden - die materiële belastingschuld pas ontstaat bij het einde van het belastingjaar. Nu de onderhavige aanslag over het belastingjaar 1996, waarvan het aanslagbiljet is gedagtekend 31 augustus 1996, is opgelegd vóórdat de grootte van de uit de verordening voortvloeiende materiële belastingschuld kon worden vastgesteld, heeft het Hof die aanslag terecht vernietigd. Het middel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b5df9075f382558ebda6ff425ed82360395bdb932c0bd04e9ebee037f810a24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b5df9075f382558ebda6ff425ed82360395bdb932c0bd04e9ebee037f810a24, en de alinea staat in dat document op bytes 6466 tot 7901.