Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 19 Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4180.
3.3. Het uitreiken van de creditfactuur door belanghebbende betekent, gelet op het bepaalde in artikel 37 van de Wet, niet dat zij de omzetbelasting voordien niet verschuldigd is geweest en heeft evenmin tot gevolg dat de verschuldigdheid met terugwerkende kracht tot december 1994 is vervallen. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 19 september 2000, Schmeink en Strobel, zaak C-454/98, Jur. 2000, I-6973, eveneens te kennen uit V-N 2000/47.16, waarin aan de orde was in hoeverre recht bestaat op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte BTW, leidt niet tot een ander oordeel, nu volgens dit arrest het aan de lidstaten is overgelaten te bepalen onder welke voorwaarden ten onrechte gefactureerde BTW kan worden herzien. In Nederland geldt te dezer zake de beleidsregel vervat in Vraag en Antwoord 54, V-N 1969, blz. 880, punt 18, volgens welke regeling niet eerder recht op herziening bestaat dan wanneer een creditfactuur is uitgereikt dan wel een nieuwe factuur die in de plaats treedt van de oude. Derhalve kan niet worden gezegd dat de teruggaaf is geschied op grond van de omstandigheid dat de verschuldigde belasting minder beloopt dan de aangegeven belasting. Artikel 30f, lid 2, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is dus niet van toepassing. 's Hofs oordeel is derhalve juist, zodat het middel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b0d31360b20230114613db95c17347a6994dcae7d9830c3251efedf2257363e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b0d31360b20230114613db95c17347a6994dcae7d9830c3251efedf2257363e, en de alinea staat in dat document op bytes 7131 tot 8529.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b0d31360b20230114613db95c17347a6994dcae7d9830c3251efedf2257363e | shasum -a 256