Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 25 Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4195.

a. Indien de verdachte, zoals in het onderhavige geval, ter terechtzitting in eerste aanleg is verschenen, moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak (art. 408, aanhef en eerste lid onder b, Sv). Die regel lijdt geen uitzondering in het geval dat de verdachte of zijn raadsman als gevolg van hun niet toe te rekenen omstandigheden niet binnen die termijn kennis hebben kunnen nemen van de inhoud van die uitspraak. (vgl. HR 11 november 1986, NJ 1987, 568).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c040f6a1ffcbdf3abbd035f73c502ea0dc1d025a78b0dba21581f0b83c5a0c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c040f6a1ffcbdf3abbd035f73c502ea0dc1d025a78b0dba21581f0b83c5a0c6, en de alinea staat in dat document op bytes 8267 tot 8775.