Citaat | Hoge Raad 8 oktober 2002

Alinea 34 Hoge Raad 8 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4195.

Als een en ander als vaststaand zou moeten worden aangenomen, levert dat een omstandigheid op die kan meebrengen dat de overschrijding van de beroepstermijn in het onderhavige geval niet voor rekening van de verdachte dient te komen. Dat is alleen anders indien zou blijken dat de verdachte binnen de beroepstermijn alsnog op de hoogte is geraakt van de uitspraak van 16 december 1999.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c040f6a1ffcbdf3abbd035f73c502ea0dc1d025a78b0dba21581f0b83c5a0c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c040f6a1ffcbdf3abbd035f73c502ea0dc1d025a78b0dba21581f0b83c5a0c6, en de alinea staat in dat document op bytes 10394 tot 10792.