Citaat | Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 20 Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4256.

"Het hof acht het primair ten laste gelegde feit - de diefstal van de auto - wettig en overtuigend bewezen. Wat er ook zij van de initiële verdwijning van de auto op 4 februari 1999 - en de eventuele betrokkenheid van de verdachte daarbij waaromtrent niets blijkt - vast staat op grond van de eigen verklaring van de verdachte dat toen hij op 5 februari 1999 omstreeks 11.00 uur de auto zag staan met de sleutels in het contactslot, hij in de auto is gestapt "om een halfje bruin te halen". Op het moment dat hij aldus de auto wegnam, was, naar het oordeel van het hof, bij hem het oogmerk tot wederrechtelijke toeëigening aanwezig. Tot aan zijn aanhouding, na 15.00 uur die dag, heeft verdachte - die zich opnieuw bediende van de auto om "coke en bruin" te halen - als heer en meester over het voertuig beschikt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02fb9e1d689f2f519dcda6aa3c12b01f9eebb844a08731fd806c272a07fee7dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02fb9e1d689f2f519dcda6aa3c12b01f9eebb844a08731fd806c272a07fee7dc, en de alinea staat in dat document op bytes 6511 tot 7340.