Citaat | Hoge Raad 13 september 2002

Alinea 31 Hoge Raad 13 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4357.

3.2 Onderdeel IVb klaagt dat het Hof door met toepassing van art. 50 lid 6 van het TRIPs de termijn waarbinnen Ajax c.s. een bodemprocedure aanhangig dienden te maken heeft bepaald op een maand na betekening van 's Hofs arrest, ten onrechte ervan is uitgegaan dat deze bepaling rechtstreekse werking heeft. In zijn voormelde tussenarrest heeft de Hoge Raad de beslissing aangehouden en het geding geschorst, totdat het HvJEG uitspraak heeft gedaan over deze vraag. In het hiervoor onder 1 vermelde arrest van 14 december 2000 in de gevoegde zaken van C-300/98 en C-392/98 (Dior/Tuk en Assco/Layher), NJ 2001, 403, heeft het HvJEG bedoelde vraag beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca3a657ee2e0b0a0d25a722580b59b0e4a52a47d4a80b62ad05ddc1f074593ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca3a657ee2e0b0a0d25a722580b59b0e4a52a47d4a80b62ad05ddc1f074593ed, en de alinea staat in dat document op bytes 7437 tot 8106.