Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 39 Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4358.

3.3 Het Hof heeft (in rov. 11) overwogen dat partijen verdeeld zijn over de vraag of [eiseres], toen [verweerster 1] in augustus 1996 'afhaakte', in verzuim was. Het Hof heeft vervolgens vastgesteld dat niet is gebleken dat [verweerster 1] een ingebrekestelling heeft uitgebracht die voldoet aan de in de wet gestelde eisen (rov. 12). Naar het oordeel van het Hof, zoals uitgewerkt in rov. 13 tot en met 17, is [eiseres] echter wel in verzuim geraakt omdat zij haar verplichtingen niet is nagekomen binnen de door [verweerster 1] bij brief van 9 januari 1996 gestelde termijn die moet worden beschouwd als een fatale termijn in de zin van art. 6:83, aanhef en onder a, BW, zoals [eiseres] moet hebben begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/429d7de5566e152ca892f9fa74f4e495e201ab51b14021707a8d588f46e3c2e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 429d7de5566e152ca892f9fa74f4e495e201ab51b14021707a8d588f46e3c2e2, en de alinea staat in dat document op bytes 11772 tot 12495.