Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 46 Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4359.
3.3 In hoger beroep heeft het Hof de grieven I en II, die de vraag aan de orde stelden of en in hoeverre sprake was van vertragingsschade en of mitsdien de vordering van AIG, voor zover zij vertragingsschade betreft, ingevolge art. 30 lid 3 CMR vervallen is, gegrond bevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656, en de alinea staat in dat document op bytes 11217 tot 11507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656 | shasum -a 256