Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002
Alinea 48 Hoge Raad 4 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4359.
Het Hof heeft voorts, na - in cassatie onbestreden - te hebben geoordeeld dat de vordering van AIG niet op grond van art. 32 lid 1 CMR was verjaard, in rov. 5 de vraag behandeld of AIG gerechtigd was tot het instellen van de vordering en in dat verband onder meer overwogen dat de aflevering aan de afzender Rucanor B.V. geschiedde met instemming van de geadresseerde, Rucanor Belgium, en dat deze aflevering daarom moet worden gelijkgesteld met aflevering aan de geadresseerde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656, en de alinea staat in dat document op bytes 12284 tot 12775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656 | shasum -a 256