Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2002

Alinea 49 Hoge Raad 4 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4359.

3.4.1 Onderdeel 1a keert zich tegen de hiervoor onder 3.3 weergegeven rov. 2.2 van het Hof. Het bestrijdt als onjuist het oordeel van het Hof dat, indien diefstal de oorzaak is dat de goederen later worden afgeleverd dan binnen de in art. 19 CMR bedoelde termijn of tijd doch zonder dat die goederen ten gevolge van de diefstal, behalve (eventueel) wegens tijdsverloop, een waardevermindering hebben ondergaan, geen sprake is of kan zijn van vertraging in de aflevering als bedoeld in de art. 19 en 30 lid 3 CMR. Onjuist is ook, zo vervolgt het onderdeel, dat aldus geleden schade niet valt aan te merken als vertragingsschade in de zin van art. 23 lid 5 CMR en dat de vervaltermijn van art. 30 lid 3 CMR daarom niet toepasselijk is. Samengevat in de woorden van de schriftelijke toelichting: onjuist is de aan 's Hofs oordeel ten grondslag liggende opvatting dat schade geleden ten gevolge van door diefstal ontstaan tijdsverloop steeds materiële schade vormt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abdf500898507454e3338f41eb7849945f18d13097c7b317847745329b68f656, en de alinea staat in dat document op bytes 12813 tot 13788.