Citaat | Hoge Raad 28 juni 2002
Alinea 53 Hoge Raad 28 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4366.
3.5.3 De tweede klacht van het onderdeel houdt in dat de Rechtbank ten onrechte geen acht heeft geslagen op de periode vóór maart 1995. Betoogd wordt dat dit volgt uit het feit dat de, ter adstructie van hun stelling dat zij buiten de voorgeschreven werktijden zijn ingezet door [eiser] c.s. overgelegde, werkbriefjes geen betrekking hebben op die periode. [Eiser] c.s. beschikten niet over daarvoor relevante werkbriefjes en hebben gesteld dat, nu die werkbriefjes zich in de administratie van Akersloot bevinden, de bewijslast met betrekking tot het aantal in die eerdere periode gewerkte uren/dagen op Akersloot rust, zoals ook door de Kantonrechter is geoordeeld. Deze klacht mist feitelijke grondslag voorzover ervan wordt uitgegaan dat de Rechtbank de periode tot maart 1995 buiten beschouwing heeft gelaten. De Rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat zich in die periode niet een zodanige inzet van [eiser] c.s. buiten de voorgeschreven werktijden heeft voorgedaan dat, anders dan in de daarop volgende periode, toen wel sprake zou zijn geweest van een meer dan incidentele inzet en dus van "een in de praktijk gegroeide situatie waarin [eiser] c.s. op enig moment geacht moeten worden een part-time dienstverband te zijn aangegaan" (rov. 4, tweede volzin). Dit oordeel van de Rechtbank is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat door [eiser] c.s. niet is aangevoerd dat zij in de periode april 1992 tot maart 1995 veelvuldiger buiten de toen voorgeschreven werktijden zijn ingezet dan in de daarop volgende periode en hun reconstructie met betrekking tot die eerdere periode evenmin daarop wijst. Tot nadere motivering was de Rechtbank niet gehouden. Dit alles brengt mee dat [eiser] c.s. geen belang hebben bij hun klacht dat de Rechtbank voorbij is gegaan aan hun stelling met betrekking tot de ten aanzien van die eerdere periode op Akersloot rustende bewijslast. Ook deze klacht is dus tevergeefs voorgesteld. In de hiervoor onder 3.3 weergegeven overwegingen van de Rechtbank ligt besloten dat naar het oordeel van de Rechtbank aan het incidentele karakter van de extra inzet van [eiser] c.s. geen afbreuk wordt gedaan door de omstandigheid dat die inzet zich gedurende de gehele periode dat [eiser] c.s. bij Akersloot werkzaam zijn geweest, heeft voorgedaan. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk zodat, voorzover het onderdeel een daartegen gerichte klacht bevat, die klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/888f7a62c3b9fd7e8fa9977a1915fefd8a9ae14a95d1ea06d6adf65f3aa13336. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 888f7a62c3b9fd7e8fa9977a1915fefd8a9ae14a95d1ea06d6adf65f3aa13336, en de alinea staat in dat document op bytes 19750 tot 22219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/888f7a62c3b9fd7e8fa9977a1915fefd8a9ae14a95d1ea06d6adf65f3aa13336 | shasum -a 256