Citaat | Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 17 Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4367.

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - heeft bij exploit van 27 juli 1995 eiseres tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen om mee te werken aan nakoming van de tussen partijen d.d. 31 maart 1994 gesloten overeenkomst, zoals omschreven in het lichaam van de dagvaarding, en voorts dat de vrouw zal worden veroordeeld om binnen 14 dagen na transport van de in de overeenkomst genoemde onroerende zaak de helft van de netto-opbrengst tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te betalen, alles op verbeurte van een dwangsom van ƒ 160.000,--, indien de vrouw geen gevolg wenst te geven aan de veroordelingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dda0260b6830155233b39cb3f1d14eb574ab130550dc0aff91c082cde60146a, en de alinea staat in dat document op bytes 4747 tot 5529.